Burgerplicht

Stem je tijdens politieke verkiezingen?

Of ik stem tijdens verkiezingen? Uiteraard! Sterker nog, ik kon niet wachten tot ik 18 was en voor het eerst een stemhokje in mocht stappen om met het rode potlood een rondje rood te mogen inkleuren.

Ben ik dan onverdeeld positief over de politiek? Over politieke partijen en de politici die haar vertegenwoordigen. Nee, niet bepaald. Maar ik ben er wel van overtuigd dat de Westerse democratie de minst slechte vorm is waarop een maatschappij kan worden ingericht.

Dus ja ik stem!

Innerlijke criticus

Iedereen die zich creatief probeert te uiten kent het fenomeen van de innerlijke criticus. Het stemmetje dat zegt dat iets niet goed genoeg is. Ik ook. Bij mij is het zelfs zo erg dat ik wekenlang elke dag een blog kan bijhouden en alles uiteindelijk toch weer weggooi.

Dan vind ik bijvoorbeeld dat de post die ik schreef te persoonlijk is. Dat ik dat niet zomaar aan het grote publiek had moeten toevertrouwen. Achteraf heb ik er vaak spijt van alles weggegooid te hebben. Zo was ik rond mijn 47ste fanatiek aan het vloggen. Zo fanatiek dat ik er zelfs de aandacht van RTV Oost mee trok. Toen er vervelende reacties kwamen heb ik vrij resoluut eerst het kanaal op zwart gezet, om vervolgens alle video’s te wissen. Iets waar ik nog steeds wel een beetje spijt van heb.

Dus besloot ik zo’n drie weken geleden niet alleen weer opnieuw te gaan bloggen, maar ook de lat lager te leggen. Qua onderwerpen en kwaliteit van het geschrevene dan. Niet qua frequentie. Ik moet namelijk elke dag van mezelf een blogpost publiceren. De ene keer gaat dat makkelijker dan de andere keer. Soms doe ik het nog op het allerlaatste moment, zoals nu om 23.51 uur. Maar, het belangrijkste is dat ik het doe. Het lukt me vol te houden en elke dag een bericht te plaatsen.

Maar dat niet alleen. Toen ik gisteren door de afgelopen weken bladerde bekroop mij ook een gevoel van tevredenheid. Het zag er eigenlijk best wel prima uit. Dus probeer ik de komende weken nog even het dagelijks bloggen vol te houden. Misschien gaat uiteindelijk de frequentie wel naar meerdere keren per week of wekelijks, maar vooralsnog bevalt me dit prima.

Zonsverduistering

Beschrijf een risico dat je hebt genomen waar je geen spijt van hebt.

Ik ben niet echt impulsief. Laat staan een avonturier. Toch heb ik achteraf best een risico genomen door op 11 augustus 1999 in Noord-Frankrijk de algehele zonsverduistering te willen zien.

Na veel wikken en wegen besloot ik dat ik toch naar Noord-Frankrijk moest rijden. Simpelweg omdat daar volgens een bepaald schema de zonsverduistering het beste te zien zou zijn. Veel beter dan in Nederland.

Lasbrillen

Voor ik kon vertrekken moest ik nog wat hindernissen overwinnen. Vrij krijgen van het werk lukte in eerste instantie niet. De bezettingsgraad zou dan door haar ondergrens zakken. Aangezien ik echter al een paar jaar geen vakantie had opgenomen in de zomerperiode was er gelukkig een uitzondering mogelijk.

Vervolgens was er nog de uitdaging van het bemachtigen van een eclipsbril. Die waren simpelweg stijf uitverkocht. Zelfs lasbrillen waren er nauwelijks nog. Gelukkig wist ik nog net eentje bij een bouwmarkt op de kop te tikken. Sloopte het glaasje eruit en nam dat mee om mijn ogen te beschermen.

Langs de kant van de weg

Mijn vervoersmiddel was een aftandse tweedehands Renault 5 GTI die ik voor een prikkie op de kop had getikt. Niet echt betrouwbaar dus. Ook was met de auto naar het buitenland gaan best een uitdaging. Ik had immers nog maar enkele jaren mijn rijbewijs. Was nog nooit met de auto in het buitenland geweest.

Daar ging ik dan uiteindelijk. Op 10 augustus ‘s avonds vertrekken en zo ver mogelijk zien te komen voor de volgende ochtend de verduistering zich zou voordoen. Nog wel even langs de kant van de weg slapend, maar daarna ook snel weer verder rijdend. Met een voorbereiding van nul komma nul.

Lekker goedkoop

Ik had zegge en schrijve 25 gulden in mijn portemonnee. Had er geen rekening mee gehouden dat je in België en Frankrijk met andere valuta betaalde en er geen moment bij stilgestaan dat Frankrijk tolwegen kende.

Op de heenweg besloot ik in Luxemburg te tanken. Lekker goedkoop immers. Helaas bleek ik bij dat hele grote tankstation vlakbij de grens niet met mijn Nederlandse bankpas te kunnen betalen. Dus tekende ik een verklaring, liet mij vertellen dat een dorpje verderop een pinautomaat was en ging geld proberen te pinnen.

Franse gendarmerie

Hoewel het een heel klein dorpje was kon ik de geldautomaat niet vinden. Wel zag ik aan een ogenschijnlijk gewoon woonhuis een bord met daarop politie vermeld hangen. Eenmaal bij de ingang zag ik door de ruit van de voordeur net nog hoe de agent zijn uniform aantrok. Hij wist mij te vertellen waar de geldautomaat was. Niet veel later reed ik terug naar het tankstation, betaalde alsnog en vervolgde mijn weg.

Vlak voor de zonsverduistering zou beginnen werden we door de Franse gendarmerie de snelweg afgedirigeerd. Ineens stond ik tussen een grote groep anderen te wachten op wat komen zou. Er heerste een gespannen stemming. We keken op een uitgestrekte akker met hooibalen uit toen ineens als een soort rolgordijn de duisternis zich van de horizon over de akkers richting ons parkeerterrein uitrolde.

Arnhemse tandarts

Ineens was het niet pikkedonker maar wel heel erg schemerig. Alle vogels waren stil. Dankzij mijn lasglas kon ik recht in de zon kijken. De slagschaduw van de maan trok langzaam over de zon. Tot alleen die stralenkrans die je van foto’s kent zichtbaar was. De ervaring was intens en overweldigend. Ineens begon iedereen spontaan te klappen. Niet veel later was alles weer binnen een paar minuten normaal. De vogels kwetterden weer uit volle borst.

Naast mij stond een tandarts uit Arnhem met zijn twee zoons naar het spektakel te kijken. Toen ik hen over de tolweg hoorde praten sloeg me de schrik om het hart. Ik had alleen maar 25 gulden bij me! Dus sprak ik de Arnhemmer aan en vroeg hem of ik misschien met mijn bankpas kon betalen. Volgens hem niet. Gelukkig ontpopte hij zich vervolgens als mijn redden in nood. “Rijd maar achter me aan, dan betaal ik ook wel voor jou als we langs de tolpoort moeten.” Zo gezegd zo gedaan. Na de tolpoort parkeerden we de auto en betaalde ik hem de 25 gulden die ik bij me had.

Heelhuids terug in Kampen

Proberen te voorkomen dat ik weer op een tolweg zou terechtkomen reed ik via allerlei landweggetjes naar een klein plaatsje waar ik op het dorpsplein bij de flappentap extra veel geld tapte. Gelukkig maar, want niet veel later terug op de snelweg ging mijn olielampje branden. Niet wetende dat je eigenlijk zo snel mogelijk aan de kant van de weg moet gaan staan reed ik door tot de eerstvolgende benzinepomp waar ik een klein flesje motorolie kocht. Voor een godsvermogen, want omgerekend bleek die halve liter ruim 100 gulden te zijn. Er werd overduidelijk geprofiteerd van de zonsverduistering.

Gelukkig lukte het wel heelhuids Kampen weer te bereiken. Een onuitwisbare indruk rijker.

Geluksgevoel

Inspiratie voor mijn blogs haal ik onder andere uit de krant. Zo las ik laatst in De Volkskrant over de dertiende editie van het World Happiness Report. Wij Nederlanders blijken opnieuw een wel erg gelukkig volkje te zijn. Best verrassend, als je bedenkt dat wij het mopperen tot ware kunstvorm hebben weten te verheffen. Toch is het zo.

Wat bepaalt dan ons geluk? Gek genoeg draagt de kans dat je portemonnee teruggevonden wordt in sterkere mate bij aan je geluksgevoel dan een gebeurtenis als werkeloosheid. Dat jouw portemonnee teruggevonden kan worden draagt 0,8 punten bij op een schaal van 0 tot 10. Twee keer zoveel als bij werkloosheid het geval is.

Parkeerkaart verloren

Na het artikel gelezen te hebben wilde ik hier een blogpost over schrijven. Ik liep alleen vast. Het bleef namelijk bij het wat dunnetjes herkauwen van hetgeen ik gelezen had. En dat is totaal niet interessant. Tot ik vandaag aan den lijve ondervond hoe fijn het is als iets teruggevonden wordt.

Ik was mijn parkeerkaartje verloren. Normaal gesproken kost je dat een flinke boete. Dus baalde ik behoorlijk. Eens te meer omdat ik normaal gesproken mijn stinkende best doe dat kleine papiertje niet te verliezen, door het gelijk in mijn pasjeshouder te stoppen. Maar vandaag deed ik dat natuurlijk niet. Ik stopte het ticket op de één of andere vage reden los in mijn broekzak. Tussen mijn telefoon en mijn pasjeshouder. Hartstikke stom natuurlijk. Je hoeft maar even één of beide dingen uit je broekzak te halen en het parkeerbewijs valt op de grond.

Dus maar naar de receptie in de hoop dat ze een nieuw kaartje voor me konden afgeven. “Hallo, ik ben mijn parkeerkaartje verloren. Wat nu?” “Is het kenteken XX-XX-XX?”, was de wedervraag van de receptioniste. “Ja, hoe weet u dat nou?”, was mijn reactie. Wat bleek? Bij het afrekenen van mijn lunch in het overvolle restaurant was het kaartje op de grond gevallen. Iemand had deze gevonden en bij de receptie afgegeven. Tegelijkertijd mij het proefondervindelijke bewijs leverend dat dit een geluksgevoel oplevert.

Pessimistischer dan terecht

Case closed zou je zeggen toch? Niets is minder waar. Want dit voorval thuis vertellende blijkt een vriendin van mijn partner toevallig vandaag een soortgelijke ervaring te hebben opgedaan. Zij was haar bankpas of bij de kringloopwinkel zelf of op de weg er naartoe verloren. Kon de kringloop alleen pas de volgende dag bellen. Om vervolgens opgelucht te kunnen ademhalen omdat ze te horen krijgt dat haar pas inderdaad gevonden is.

Kortom, ook al zijn wij volgens het in de Volkskrant genoemde onderzoek pessimistischer dan terecht is dat onze spullen worden gevonden en terugbezorgd, feit is dat het gebeurt. Veel gebeurt zelfs. En dat iedereen zich door dit soort simpele voorvallen spontaan een stuk gelukkiger door voelt.

Voor Volkskrant abonnees: Waar word je gelukkig van? Een proef met verloren portemonnees leert daar een hoop over.

Scouting

Heb je ooit gekampeerd?

Zeker heb ik ooit gekampeerd. Niet van huis uit. Als alleenstaande moeder met een Wajong uitkering had mijn moeder niet echt de financiële middelen om regelmatig met me op vakantie te gaan. Als we gingen dan was het samen met opa en oma, die een huisje in de bossen van Norg huurden.

Kamperen deed ik met de padvinderij, oftewel de scouting. Geen idee hoelang ik daar bij gezeten heb, maar het moet toch zeker een aantal jaren geweest zijn. En in die jaren gingen we ieder jaar met de groep kamperen. Soms met heerlijk weer. Soms in de stromende regen. Kampeervakanties waar ik dierbare herinneringen aan heb.

Andere kampeervakanties waar ik dierbare herinneringen aan heb is toen ik een keer samen met mijn zoon één nachtje gekampeerd heb. Dat was zo ontzettend leuk. Dus ja, gekampeerd heb ik wel eens.