Of ik stem tijdens verkiezingen? Uiteraard! Sterker nog, ik kon niet wachten tot ik 18 was en voor het eerst een stemhokje in mocht stappen om met het rode potlood een rondje rood te mogen inkleuren.
Ben ik dan onverdeeld positief over de politiek? Over politieke partijen en de politici die haar vertegenwoordigen. Nee, niet bepaald. Maar ik ben er wel van overtuigd dat de Westerse democratie de minst slechte vorm is waarop een maatschappij kan worden ingericht.
Beschrijf een risico dat je hebt genomen waar je geen spijt van hebt.
Ik ben niet echt impulsief. Laat staan een avonturier. Toch heb ik achteraf best een risico genomen door op 11 augustus 1999 in Noord-Frankrijk de algehele zonsverduistering te willen zien.
Na veel wikken en wegen besloot ik dat ik toch naar Noord-Frankrijk moest rijden. Simpelweg omdat daar volgens een bepaald schema de zonsverduistering het beste te zien zou zijn. Veel beter dan in Nederland.
Lasbrillen
Voor ik kon vertrekken moest ik nog wat hindernissen overwinnen. Vrij krijgen van het werk lukte in eerste instantie niet. De bezettingsgraad zou dan door haar ondergrens zakken. Aangezien ik echter al een paar jaar geen vakantie had opgenomen in de zomerperiode was er gelukkig een uitzondering mogelijk.
Vervolgens was er nog de uitdaging van het bemachtigen van een eclipsbril. Die waren simpelweg stijf uitverkocht. Zelfs lasbrillen waren er nauwelijks nog. Gelukkig wist ik nog net eentje bij een bouwmarkt op de kop te tikken. Sloopte het glaasje eruit en nam dat mee om mijn ogen te beschermen.
Langs de kant van de weg
Mijn vervoersmiddel was een aftandse tweedehands Renault 5 GTI die ik voor een prikkie op de kop had getikt. Niet echt betrouwbaar dus. Ook was met de auto naar het buitenland gaan best een uitdaging. Ik had immers nog maar enkele jaren mijn rijbewijs. Was nog nooit met de auto in het buitenland geweest.
Daar ging ik dan uiteindelijk. Op 10 augustus ‘s avonds vertrekken en zo ver mogelijk zien te komen voor de volgende ochtend de verduistering zich zou voordoen. Nog wel even langs de kant van de weg slapend, maar daarna ook snel weer verder rijdend. Met een voorbereiding van nul komma nul.
Lekker goedkoop
Ik had zegge en schrijve 25 gulden in mijn portemonnee. Had er geen rekening mee gehouden dat je in België en Frankrijk met andere valuta betaalde en er geen moment bij stilgestaan dat Frankrijk tolwegen kende.
Op de heenweg besloot ik in Luxemburg te tanken. Lekker goedkoop immers. Helaas bleek ik bij dat hele grote tankstation vlakbij de grens niet met mijn Nederlandse bankpas te kunnen betalen. Dus tekende ik een verklaring, liet mij vertellen dat een dorpje verderop een pinautomaat was en ging geld proberen te pinnen.
Franse gendarmerie
Hoewel het een heel klein dorpje was kon ik de geldautomaat niet vinden. Wel zag ik aan een ogenschijnlijk gewoon woonhuis een bord met daarop politie vermeld hangen. Eenmaal bij de ingang zag ik door de ruit van de voordeur net nog hoe de agent zijn uniform aantrok. Hij wist mij te vertellen waar de geldautomaat was. Niet veel later reed ik terug naar het tankstation, betaalde alsnog en vervolgde mijn weg.
Vlak voor de zonsverduistering zou beginnen werden we door de Franse gendarmerie de snelweg afgedirigeerd. Ineens stond ik tussen een grote groep anderen te wachten op wat komen zou. Er heerste een gespannen stemming. We keken op een uitgestrekte akker met hooibalen uit toen ineens als een soort rolgordijn de duisternis zich van de horizon over de akkers richting ons parkeerterrein uitrolde.
Arnhemse tandarts
Ineens was het niet pikkedonker maar wel heel erg schemerig. Alle vogels waren stil. Dankzij mijn lasglas kon ik recht in de zon kijken. De slagschaduw van de maan trok langzaam over de zon. Tot alleen die stralenkrans die je van foto’s kent zichtbaar was. De ervaring was intens en overweldigend. Ineens begon iedereen spontaan te klappen. Niet veel later was alles weer binnen een paar minuten normaal. De vogels kwetterden weer uit volle borst.
Naast mij stond een tandarts uit Arnhem met zijn twee zoons naar het spektakel te kijken. Toen ik hen over de tolweg hoorde praten sloeg me de schrik om het hart. Ik had alleen maar 25 gulden bij me! Dus sprak ik de Arnhemmer aan en vroeg hem of ik misschien met mijn bankpas kon betalen. Volgens hem niet. Gelukkig ontpopte hij zich vervolgens als mijn redden in nood. “Rijd maar achter me aan, dan betaal ik ook wel voor jou als we langs de tolpoort moeten.” Zo gezegd zo gedaan. Na de tolpoort parkeerden we de auto en betaalde ik hem de 25 gulden die ik bij me had.
Heelhuids terug in Kampen
Proberen te voorkomen dat ik weer op een tolweg zou terechtkomen reed ik via allerlei landweggetjes naar een klein plaatsje waar ik op het dorpsplein bij de flappentap extra veel geld tapte. Gelukkig maar, want niet veel later terug op de snelweg ging mijn olielampje branden. Niet wetende dat je eigenlijk zo snel mogelijk aan de kant van de weg moet gaan staan reed ik door tot de eerstvolgende benzinepomp waar ik een klein flesje motorolie kocht. Voor een godsvermogen, want omgerekend bleek die halve liter ruim 100 gulden te zijn. Er werd overduidelijk geprofiteerd van de zonsverduistering.
Gelukkig lukte het wel heelhuids Kampen weer te bereiken. Een onuitwisbare indruk rijker.
Zeker heb ik ooit gekampeerd. Niet van huis uit. Als alleenstaande moeder met een Wajong uitkering had mijn moeder niet echt de financiële middelen om regelmatig met me op vakantie te gaan. Als we gingen dan was het samen met opa en oma, die een huisje in de bossen van Norg huurden.
Kamperen deed ik met de padvinderij, oftewel de scouting. Geen idee hoelang ik daar bij gezeten heb, maar het moet toch zeker een aantal jaren geweest zijn. En in die jaren gingen we ieder jaar met de groep kamperen. Soms met heerlijk weer. Soms in de stromende regen. Kampeervakanties waar ik dierbare herinneringen aan heb.
Andere kampeervakanties waar ik dierbare herinneringen aan heb is toen ik een keer samen met mijn zoon één nachtje gekampeerd heb. Dat was zo ontzettend leuk. Dus ja, gekampeerd heb ik wel eens.
Mij vragen over welke onderwerpen ik graag praat is een totaal onmogelijke vraag. Voor ik ook maar het prilste idee had journalistiek te gaan studeren was ik al een regelrechte nieuws- en informatiejunk. Ik leek wel een spons.
Dit zorgde ervoor dat mijn oudoom ooit over mij zijn onder de indruk te zijn over mijn brede algemene ontwikkelingen. Je kon het zo gek niet bedenken of hij kon er met mij over praten. Dat vond hij mooi. Misschien dat daarom ook de onderwerpen van de blogposts op dit blog echt alle kanten opschieten.
Een echte niche heb ik niet. Ik schrijf over alles wat me bezighoudt. Van politiek tot muziek en nieuws in de meest brede zin van het woord.Toch is elke dag een blogpostje tikken ook dan best lastig. Vandaag was ik het zelfs bijna vergeten en dreigde ik mijn streak van ongeveer drie weken te verliezen.
Misschien straks ChatGPT even vragen om 31 blogpost ideeën voor de maand mei. Ben benieuwd wat er dan uitrolt.
Geen idee meer waar en hoe ik ooit het citaat ‘Verwondering is het begin van alle wijsheid’ voor het eerst tegenkwam. Wel weet ik dat het me vandaag na lange tijd voor het eerst weer eens te binnenschoot. Tijdens een online overleg via Teams vandaag zei één van de deelnemers dat er sprake was van voortschrijdend inzicht. Van het voortdurend weer leren van de omstandigheden. Een leven lang leren dus. Het moment voor mij om weer te denken aan het citaat waar ik deze blogpost mee begon.
‘Verwondering is het begin van alle wijsheid’ wordt overigens onterecht toegeschreven aan de filosoof Socrates. Hij heeft dit voor zover bekend nooit gezegd. Het is volgens ChatGTP niet in de werken van Socrates terug te vinden. Ook niet in de geschriften van Plato overigens die de ideeën van Socrates overleverde.
Waarheidsvinding
Wel komt de gedachte achter dit citaat overeen met de filosofie van de oude Griekse wijsgeer. In Plato’s dialogen wordt verwondering (in het Grieks thaumazein) als het beginpunt van filosofische reflectie gezien.
Ik begrijp overigens wel waarom uitgerekend dit filosofische uitgangspunt mij zo aanspreekt. Volgens dit artikel van Filosofie Magazine staat Socrates sterk voor de waarheid. Het is één van de kernpunten van zijn filosofie. En laat nou net waarheidsvinding ook de grondhouding van journalisten zijn. Wat dat betreft zou Socrates eigenlijk een soort van patroonheilige voor journalisten moeten zijn. Al was het maar omdat hij zelfs zo ver ging dat hij bereid was zijn leven te geven voor zijn overtuigingen. Iets wat duidelijk word bij het lezen van één van de beroemdste stukken uit de westerse filosofie, Plato’s Apologie. Hierin beschrijft Plato hoe Socrates zich in 399 voor Christus verdedigt tegen de tegen hem ingebrachte beschuldigingen.
Kortom, Socrates was me er eentje en het zogenaamde citaat mag dan weliswaar geen echt citaat zijn maar spreekt me desalniettemin erg aan.
Hoe ver zou jij gaan in het verdedigen van jouw overtuigingen?